Compleet overweldigd en onvoorbereid door de stroom aan Spaanse vluchtelingen die het regime van Franco trachten te ontvluchten, vindt de Franse overheid er niets beter op dan hen in allerijl onder te brengen in concentratiekampen. In een van die kampen ontstaat een vriendschap tussen twee mannen. De ene is een bewaker, de ander een verzetsstrijder en tekenaar. Gescheiden door prikkeldraad, maar beiden getuige van een moment in de geschiedenis waar het uit de hand loopt.

‘Josep’ is echter meer dan een geschiedenisles. De film toont ons hoe het geheugen werkt. Aurel werkt in een klare lijn die sterk afsteekt tegen de tekeningen van Bartolí zelf. Dat contrast is niet alleen visueel sterk, maar maakt ook voelbaar waar de film om draait: met het verloop der tijd zijn bewaker Serges herinneringen strakgetrokken, gereduceerd tot een essentie, terwijl Bartolí’s tekeningen het volle detail geven. Soms worden momenten een reeks stilstaande plaatjes, als van een stripboek. Het maakt niet alleen de gaten in Serges geheugen voelbaar, maar benadrukt ook hoe voor Josep Bartolí en al zijn lotgenoten in de kampen het leven tot stilstand kwam. Zo zijn vorm en inhoud versmolten tot een indrukwekkend geheel.