Een 76-minuten durende film over oneindigheid lijkt al een Andersson-mopje op zich, al heeft hij deze keer iets minder gebruik gemaakt van zijn kenmerkende zwarte humor. Wel present in deze compilatie van existentiële sketches zijn de typische zwaarmoedige personages in mistroostige omgevingen bekleed met obsessieve precisie in een geelgrijzig tintje.

Een priester heeft zijn geloof verloren. Een vader raakt doorweekt terwijl hij de veters van zijn dochter knoopt. Een koppel zweeft over de ruïne van een stad. Een vijfendertigtal korte fragmenten biedt een ontroerende reflectie op de absurditeit van het menselijk leven, zowel fascinerend als banaal, in een al even ongerijmde stijl, zowel melancholisch als bevreemdend.

Vanaf 15 juli in onze zalen.