Een Japanse toerist loopt een oude, bijna vergane cinema binnen om te schuilen voor een zware regenbui. Op het einde van de avond zal de cinema haar deuren sluiten. De laatste vertoning die plaats vindt is King Hu’s martial-arts klassieker ‘Dragon Inn’ uit 1966. Het is duidelijk waarom de cinema verdwijnt: ondanks de regen is de zaal nagenoeg verlaten. Bovendien lijken de enkele aanwezigen meer geïnteresseerd in elkaar dan in de film. Dit valt de bedachtzame toerist op en hij begint aan een tocht door de cinema om te zien wat en wie er verborgen gaan achter het verouderde interieur van de mysterieuze cinema. 

‘Goodbye, Dragon Inn’ is eigenlijk net zo mysterieus als de cinema waarin de film zich afspeelt. In technische zin is de film bewust heel onconventioneel: statische shots en Lynchiaanse geluiden - het ratelen van de projector, het kreunen van de verwarmingsbuizen, het tikken van de regen en de stemmen uit 'Dragon Inn’ – brengen de kijker in een aangename trance. In combinatie met het reflectieve verhaal is het uiteindelijke resultaat een bitterzoet requiem voor de cinemazalen van weleer, maar ook voor een soort filmervaring die niet meer alledaags is: die waar de omgeving misschien wel belangrijker is dan de film zelf. 

Een interessant feitje: vlak voor de première van ‘Goodbye, Dragon Inn’ sloot de cinema die gebruikt is in de film haar deuren. Een bijzonder geval van life imitating art.

Deze film speelt momenteel niet.