Nadat hun vader een hartaanval heeft gekregen, verzamelen Angèle, Joseph en Armand in hun ouderlijke huis met zicht op zee. Armand is altijd daar gebleven en heeft het eethuisje van zijn vader overgenomen. Joseph, de cynische vakbondsman, komt met zijn 'veel te jonge verloofde', en Angèle brengt een levensgroot trauma mee.

Hun bijeenkomst in Marseille is de perfecte gelegenheid om stil te staan bij het ideaal dat hun vader hen heeft meegegeven: een wereld van solidariteit die hij realiseerde in de vorm van een sociaal restaurant. Onder het gouden zonlicht maken ze de balans van hun leven op. De rust en sereniteit in het dorpje aan zee worden echter doorbroken wanneer geïnteresseerde investeerders langskomen.

Aan de oppervlakte vertelt Guédiguian een ontroerend en melancholisch verhaal over twee broers en een zus die hun band herstellen, maar in de onderstroom sluimert sociale kritiek. Het dorpje waar de personages opgroeiden, was vroeger een 'communistisch eilandje' waar verbondenheid heerste. Nu is er vooral eenzaamheid en leegstand. Het grote geld lijkt het gewonnen te hebben van de solidariteit.